Draai aan de voorste of de achterste regelaar om een functie te selecteren terwijl u de Fn2-knop ingedrukt houdt.
Hoofdstuk 2: Knoppen en draaiknoppen bovenkant
Dankzij de knoppen en draaiknoppen op de bovenkant van de camera kunt u tijdens het maken van opnamen snel en comfortabel de belangrijkste functies en instellingen regelen.
Draai aan de modusdraaiknop om een opnamemodus te selecteren, bijvoorbeeld de iAUTO-modus, waarmee u alle instellingen voor de huidige opname optimaliseert. Dit is de ideale instelling als u voor het eerst fotografeert met de E-M10 Mark II.
Gebruik de achterste regelaar bijvoorbeeld om de sluitertijd of het diafragma aan te passen in de verschillende modi die u selecteert met de modusdraaiknop. U kunt de knop ook gebruiken om in en uit te zoomen als u opnamen bekijkt.
De voorste regelaar is perfect gepositioneerd rond de sluiterknop zodat het diafragma, de ISO-waarde en de belichtingscorrectie ergonomisch en snel kunnen worden ingesteld bij de verschillende modi die zijn geselecteerd met de modusdraaiknop.
Gebruik de modusdraaiknop om een modus te selecteren voor het opnemen van filmbeelden terwijl u foto's maakt. U kunt alleen de modus Photo Story niet kiezen. Alles wat u hoeft te doen is de filmknop indrukken om te beginnen met opnemen. Druk weer op de filmknop om met opnemen te stoppen.
Druk op de live view-knop om te schakelen tussen het maken van opnamen met de zoeker en het maken van opnamen met live view. Houd de knop ingedrukt om de oogsensor snel in of uit te schakelen. Bij het maken van opnamen met de zoeker wordt het superbedieningspaneel weergegeven op de monitor. Hierin vindt u belangrijke informatie over de instellingen van de camera.
Gebruik de functieknop Fn2 om creative control-functies te selecteren zoals Color Creator of Highlight & Shadow Control terwijl u opnamen kadreert en vastlegt met behulp van de zoeker. Houd de functieknop Fn2 ingedrukt en draai aan de voorste of achterste regelaar om het menu en de functies te selecteren.
Aan de functieknop Fn3 kunt u een functie toewijzen die u veel gebruikt. Hiervoor hoeft u alleen maar op de OK-knop te drukken en aan de achterste regelaar te draaien om de functie voor de knop te selecteren. Selecteer het item vervolgens met de voorste regelaar en druk tot slot nog een keer op de OK-knop.
Als het weergegeven beeld in de zoeker er wazig uitziet door uw gezichtsvermogen, draai dan aan de dioptrieregelaar tot het beeld scherp is.
U zet de camera aan en uit met de AAN/UIT-hendel die zich op een handige plek aan de linkerkant van de camera bevindt. Draai deze hendel naar UP om de flitser op te klappen.
Gefeliciteerd! U hebt hoofdstuk 2 afgerond!