• Hoofdstuk 2: Knoppen en draaiknoppen bovenkant

    Dankzij de knoppen en draaiknoppen op de bovenkant van de camera kunt u tijdens het maken van opnamen snel en comfortabel de belangrijkste functies en instellingen regelen.

 
 
 
 
 
 
A
A
  • Modusdraaiknop

    Draai aan de modusdraaiknop om een opnamemodus te selecteren, bijvoorbeeld de iAUTO-modus, waarmee u alle instellingen voor de huidige opname optimaliseert. Dit is de ideale instelling als u voor het eerst fotografeert met de E-M10 Mark II.

B
B
  • Achterste regelaar

    Gebruik de achterste regelaar bijvoorbeeld om de sluitertijd of het diafragma aan te passen in de verschillende modi die u selecteert met de modusdraaiknop. U kunt de knop ook gebruiken om in en uit te zoomen als u opnamen bekijkt.

C
C
  • Voorste regelaar en sluiterknop

    De voorste regelaar is perfect gepositioneerd rond de sluiterknop zodat het diafragma, de ISO-waarde en de belichtingscorrectie ergonomisch en snel kunnen worden ingesteld bij de verschillende modi die zijn geselecteerd met de modusdraaiknop.

D
D
  • Filmknop

    Gebruik de modusdraaiknop om een modus te selecteren voor het opnemen van filmbeelden terwijl u foto's maakt. U kunt alleen de modus Photo Story niet kiezen. Alles wat u hoeft te doen is de filmknop indrukken om te beginnen met opnemen. Druk weer op de filmknop om met opnemen te stoppen.

E
E
  • Live view-knop

    Druk op de live view-knop om te schakelen tussen het maken van opnamen met de zoeker en het maken van opnamen met live view. Houd de knop ingedrukt om de oogsensor snel in of uit te schakelen. Bij het maken van opnamen met de zoeker wordt het superbedieningspaneel weergegeven op de monitor. Hierin vindt u belangrijke informatie over de instellingen van de camera.

F
F
  • Fn2-knop

    Gebruik de functieknop Fn2 om creative control-functies te selecteren zoals Color Creator of Highlight & Shadow Control terwijl u opnamen kadreert en vastlegt met behulp van de zoeker. Houd de functieknop Fn2 ingedrukt en draai aan de voorste of achterste regelaar om het menu en de functies te selecteren.

  • Foto door Paul Emmings

    Draai aan de voorste of de achterste regelaar om een functie te selecteren terwijl u de Fn2-knop ingedrukt houdt.

    Foto door Paul Emmings

    Dankzij de ingebouwde Color Creator kunt u de kleur van het onderwerp aanpassen zelfs voordat u de foto maakt. Alles wat u hoeft te doen is de multifunctionele knop vooraf instellen op Color Creator, op de Fn2-knop drukken en met de voorste regelaar de kleurschakering en met de achterste regelaar de verzadiging instellen die u wilt gebruiken.

    Foto door Paul Emmings

    Verander de helderheid van licht- en schaduwpartijen en bekijk dan het resultaat in de gradatiecurve. Stel de multifunctionele knop van tevoren eenvoudigweg in op Highlight & Shadow Control, druk op de Fn2-knop en pas de schaduwpartijen aan met de achterste regelaar en de lichtpartijen met de voorste regelaar.

     
G
G
  • Fn3-knop

    Aan de functieknop Fn3 kunt u een functie toewijzen die u veel gebruikt. Hiervoor hoeft u alleen maar op de OK-knop te drukken en aan de achterste regelaar te draaien om de functie voor de knop te selecteren. Selecteer het item vervolgens met de voorste regelaar en druk tot slot nog een keer op de OK-knop.

H
H
  • Dioptrieregelaar

    Als het weergegeven beeld in de zoeker er wazig uitziet door uw gezichtsvermogen, draai dan aan de dioptrieregelaar tot het beeld scherp is.

I
I
  • AAN/UIT- en flitseropklaphendel

    U zet de camera aan en uit met de AAN/UIT-hendel die zich op een handige plek aan de linkerkant van de camera bevindt. Draai deze hendel naar UP om de flitser op te klappen.

Gefeliciteerd! U hebt hoofdstuk 2 afgerond!

Hierna: 3 - Knoppen voor en achter

Leer in het volgende hoofdstuk de andere handige knoppen op de voor- en achterkant van de camera kennen.

Inhoudsopgave

Laten we beginnen

Meer info over draaiknoppen

Bedien uw camera

Contact maken met Wi-Fi