• Hoofdstuk 7: Symbolen in de EVF en op het lcd-scherm

    U kunt instellingen en functies in één oogopslag controleren terwijl u opnamen maakt via de live view-monitor of via de elektronische zoeker (EVF). In het custom-menu kunt u kiezen uit drie EVF-stijlen. Laten we de symbolen nader bekijken voor stijl 3, de standaardstijl.

  • Foto door Paul Emmings

 
 
 
 
 
 
A
A
  • Opnamemodus

    De huidige opnamemodus - iAUTO, S, A, M, P, Film, ART, SCN of Photo Story - wordt links onder in de zoeker en op de monitor weergegeven. Draai aan de voorste regelaar om de modus te selecteren die het beste past bij de foto die u wilt maken. U vindt meer informatie in hoofdstuk 2 en 6.

B
B
  • Sluitertijd en diafragma

    Informatie over de sluitertijd en het diafragma wordt weergegeven rechts van de opnamemodus. De sluitertijd wordt bijvoorbeeld weergegeven als 200 (1/200 sec.) en het diafragma in f-stops, zoals F2.8. Gebruik kortere sluitertijden om bewegingen te bevriezen en langere sluitertijden om bewegingsonscherpte en een dynamisch gevoel toe te voegen. Als de camera geen juiste meting kan uitvoeren, gaat de waarde die niet verder kan worden aangepast knipperen.

C
C
  • Belichtingscorrectie

    Behalve in de stand M, wordt de belichtingscorrectie zowel in de zoeker als op de monitor rechts van het diafragma weergegeven als een waarde zoals +2.0 of -1.0 en op een schaal. Dit is handig als u de belichting corrigeert voor onderwerpen die veel heldere of donkere delen bevatten. In stand M worden over- en onderbelichte delen weergegeven.

D
D
  • Beschikbare opnametijd en opslagcapaciteit voor foto's

    Rechts onder in de zoeker en op het beeldscherm kunt u de beschikbare opnametijd voor films en de resterende opslagcapaciteit voor foto's vinden afhankelijk van instellingen als grootte van beelden, of u opneemt in RAW enz.

E
E
  • Opnamestand (films)

    Aan de rechterkant van de zoeker en de monitor kunt u zien welke opnamestand voor films is gekozen, bijvoorbeeld SD, HD of Full HD. Kies de opnamestand die past bij de opslagcapaciteit en de gewenste beeldkwaliteit.

F
F
  • Opnamestand (foto's)

    Bij het vastleggen van foto's worden de beeldgrootte en de compressiefactor weergegeven aan de rechterkant van de zoeker en de monitor, bijvoorbeeld LN. Kies de opnamestand die past bij de opslagcapaciteit en de gewenste beeldkwaliteit.

G
G
  • Repeterende opnamen

    Bij repeterende opnamen wordt de camera zo ingesteld dat een serie foto's wordt genomen terwijl u de ontspanknop helemaal ingedrukt houdt. Gebruik de knop voor repeterende opnamen/zelfontspanner om de opnameopties enkelbeeldopname, repeterende opnamen en opname met zelfontspanner te selecteren.

H
H
  • Beeldeffecten

    Selecteer een beeldeffect en voer individuele aanpassingen uit voor contrast, scherpte en andere parameters. Wijzigingen in elk beeldeffect worden afzonderlijk opgeslagen. Selecteer een item met behulp van de pendelknop en druk op de OK-knop.

I
I
  • Beeldstabilisatormodus

    De beeldstabilisator start als u de ontspanknop half indrukt en beperkt de camerabewegingen als er weinig licht is of wanneer u opnamen maakt met een hoge vergrotingsfactor. Druk op de OK-knop en selecteer de beeldstabilisator (IS). U kunt kiezen uit Auto, Verticaal of Horizontaal bij het fotograferen en uit Aan/Uit bij het opnemen van films. De beeldstabilisatormodus wordt rechts boven in de zoeker en op de monitor weergegeven.

J
J
  • Gezichtsprioriteit-AF

    De functie Gezichtsprioriteit-AF wordt weergegeven door middel van het gezichtssymbool en biedt naast Gezichtsprioriteit-AF ook Gezichts- en oogprioriteit-AF. Als een gezicht wordt waargenomen, wordt dit aangegeven met een wit kader, dat groen wordt als u de ontspanknop indrukt om de autofocus te activeren. Als oogdetectie is geactiveerd, verschijnt er een groen kader in de zoeker en op de monitor als er ogen (of het linker- of rechteroog) worden waargenomen. Druk de ontspanknop helemaal in om de foto te maken.

K
K
  • ISO-instellingen

    U kunt de ISO-gevoeligheid wijzigen al naargelang de beschikbare hoeveelheid licht voor het maken van foto's en films en afhankelijk van welke diafragma- en sluitertijdinstelling u wilt gebruiken voor een bepaalde opname. Druk op de OK-knop om de ISO-gevoeligheid te selecteren en selecteer vervolgens een item met de voorste regelaar. De stand AUTO wordt aanbevolen voor de meeste instellingen. Selecteer LOW om 200-25.600 te kiezen bij opnamen met weinig licht.

L
L
  • Lcd - aanraakbediening

    Een groot aantal instellingen kunt u via het lcd-scherm aanpassen. Door één keer te tikken met uw vinger kunt scherpstellen en de sluiter ontspannen. Ook kunt u op deze manier in de stand iAUTO livegidsen selecteren en een groot aantal instellingen met live control in de standen P, A, S, M, Film, ART en Photo Story.

Gefeliciteerd! U hebt hoofstuk 7 afgerond!

Hierna: 8 - aanraakbediening

Hierna gaan we kijken naar een aantal handige bedieningsfuncties van het aanraakscherm.

Inhoudsopgave

Laten we beginnen

Meer info over draaiknoppen

Bedien uw camera

Contact maken met Wi-Fi