• Hoofdstuk 8: Aanraakbediening

    Het aanraakgevoelige lcd-scherm achter op de camera is niet alleen geweldig voor het maken van live view-opnamen. U kunt ook een groot aantal functies met behulp van aanraakbediening instellen.

  • Foto door Gordon Meuleman

 
 
 
 
 
 
A
A
  • Scherpstelpunt selecteren

    Het scherpstelpunt selecteren bij het maken van opnamen in de live view-modus. U hoeft alleen maar op het icoon voor het AF-kader op de monitor te tikken en de grootte van het scherpstelkader te selecteren. Stel dan scherp op het onderwerp in het gekozen kader en maak de foto door op de ontspanknop te drukken.

B
B
  • De sluiter ontspannen

    Als u opnamen maakt in live view, dan kunt u scherpstellen en een opname maken door alleen maar op de monitor te tikken. U kunt ook de ontspanknop gebruiken.

C
C
  • Beeld vooruit/achteruit

    U veegt simpelweg met uw vinger over het scherm om van het ene beeld naar het andere te gaan. Door te tikken en te vegen over het scherm kunnen de meeste functies en instellingen snel en intuïtief worden gewijzigd.

D
D
  • Weergave vergroten

    Om de functie zoomweergave te gebruiken, schuift u de schuifbalk omhoog of omlaag om in of uit te zoomen. Als u hebt ingezoomd, gebruikt u uw vinger om in het weergegeven beeld te schuiven om het gewenste deel van de opname te bekijken. Als u nogmaals op het scherm tikt, wordt een weergave-index van uw foto's weergegeven.

  • 0x

E
E
  • Superbedieningspaneel

    U kunt wisselen van opnamen maken via live view naar opnamen maken via de elektronische zoeker door op de LV-knop te drukken links van de zoeker. Het superbedieningspaneel verschijnt dan op de monitor. Als u uw oog weghaalt van de zoeker, licht de monitor op. Druk op de OK-knop of tik twee keer op het aanraakscherm om het scherm te activeren en wijzig instellingen door het superbedieningspaneel aan te raken.

  • Druk op de OK-knop of tik twee keer op het lcd-scherm om de cursor weer te geven als u opnamefuncties wilt instellen. Raak daarna de functie aan die u wilt instellen en gebruik de voorste regelaar om een waarde te selecteren. Via het superbedieningspaneel kunt u meer dan 20 instellingen wijzigen, waaronder de ISO-gevoeligheid. Kies Low en gebruik de voorste regelaar om de geselecteerde waarde in te stellen.

     

Gefeliciteerd! U hebt hoofdstuk 8 afgerond!

Hierna: 9 - Wat is er te zien in het menu

Nu gaan we door naar het menu en de verschillende opname- en weergaveopties waaruit u kunt kiezen.

Inhoudsopgave

Laten we beginnen

Meer info over draaiknoppen

Bedien uw camera

Contact maken met Wi-Fi