Draai de modusknop naar het pictogram Photo story en gebruik dan de omhoog- en omlaagpijlen om het thema te kiezen. Druk op de rechterpijl en gebruik dan de omhoog- en omlaagpijl om een variatie te kiezen.
Hoofdstuk 6: Opnamemodus selecteren
Draai aan de functieknop om een opnamemodus te selecteren. Druk op de vergrendeling functieknop in het midden van de knop om de gekozen modus te vergrendelen en te voorkomen dat deze per ongeluk wordt gewijzigd. Druk opnieuw op de knop om de vergrendeling op te heffen als u een andere modus wilt kiezen. Lees verder voor meer informatie over de verschillende modi.
In de volledig automatische modus iAUTO optimaliseert de camera automatisch alle instellingen voor de huidige opname. De camera doet al het werk. Dit is de ideale modus om mee te beginnen als u de E-M5 Mark II voor het eerst gebruikt.
Kies de ART-modus om kunstfilters te selecteren en uw beelden een unieke uitstraling te geven. De kunstfilters geven u bijzonder veel creatieve vrijheid in de camera. U kunt kiezen uit een groot aantal filters, die ook nog eens kunnen worden aangepast in de camera. Daarnaast kunt u effecten toevoegen zoals soft-focus, vintage, pinhole en nog 12 andere.
Selecteer een scène op basis van het onderwerp en pas de instellingen daar snel op aan. De 25 typen motiefprogramma's bieden onder andere keuze uit portrait, sport, night scene en macro.
Kies om photo story te selecteren en een fotoverhaal te maken. Bij photo story kunt u voor elk thema verschillende effecten, aantallen beelden en beeldverhoudingen kiezen. Als u alle instellingen hebt geselecteerd, drukt u op OK.
Neem films op in de filmstand en maak gebruik van de beschikbare speciale effecten in de stand Fotograferen voor meer creativiteit. U kunt ook een nabeeldeffect toevoegen of inzoomen op een deel van het beeld tijdens het opnemen van filmbeelden.

Ideaal voor momentopnamen: het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast afhankelijk van de helderheid van het onderwerp. Met de Programma-aanpassingsfunctie van stand P kunt u verschillende combinaties van diafragma en sluitertijd kiezen met behulp van de achterste regelaar zonder de belichting te veranderen.
In de sluiterstandmodus stelt u de sluitertijd in om bewegingen te bevriezen of om bewegingsonscherpte toe te voegen. Bij een lange sluitertijd worden snelle bewegingen onscherp, wat een dynamisch gevoel toevoegt aan het beeld. Een korte sluitertijd kan snelle bewegingen bevriezen, waardoor opnamen veel details bevatten.
In de handmatige stand kunt u zowel het diafragma als de sluitertijd instellen - ideaal voor foto's met lange belichtingstijden van vuurwerk of andere donkere onderwerpen. Gebruik stand M voor bulb-, tijd- of live composietfotografie waarbij het beeld gedurende een langere periode wordt opgebouwd, bijvoorbeeld bij vuurwerk of sterrensporen. Gebruik een stevig statief en een afstandsbediening voor het beste resultaat.
Gefeliciteerd! U hebt hoofdstuk 6 afgerond!